Muizen

 

Bosmuis herkenning en bestrijding :

Uiterlijk
• De rug is geel - bruin tot donkerbruin, de buik is wit / grijs.
• Vrij groot, volwassen 7 tot 11 cm,
  en een staart van 7,5 tot 11 cm.

Ontwikkeling
• Gemiddeld 3 a 4 worpen per jaar, nestgrootte 4 tot 8 jongen.
• Leeftijd loopt tot maximaal 1,5 jaar.

Leefwijze
• Voedsel : noten, zaden, wormen, groene plantendelen, zaden etc.
• Primaklimmer en graver, kan ook zeergoed springen 50 cm hoog tot 70 cm ver.
• Voelt zich thuis in bossen, tuinen met veel struiken en dichte ondergroei.
• Nest met meestal 2 a 3 ingangen en een voorraadkamer, tot zo'n 90 cm diep.

Schade
• Knagen aan noten gedroogde vruchten.
• Land en tuinbouw: vraat van zaden en zaaisel.
• Knaagschade aan jonge knoppen van bloemen.
• Urine stank.

Wering / bestrijding
• Voorkom het aanbod van voedsel.
• Openingen in muren dichten.
• Regelmatig grasmaaien.
• Evtueel mogelijke schuilplaatsen opruimen / schoonmaken.

Huismuis herkenning en bestrijding :
Uiterlijk huismuis
• Rug lichtbruin tot donkergrijs, buik lichter.
• Slanke bouw, spitse kop, grotere oren.
• Staart dun, even lang of langer dan lichaam.
• Volwassen: lichaamslengte 6 tot 11cm
  ongeveer 10 - tot 35 gram lichaamsgewicht.

Ontwikkeling huismuis
• Wijfje gemiddeld 5 tot 12 worpen van 5 tot 6 jongen.
• Jongen na 2 maanden geslachtsrijp; draaftijd: 3 weken.
• Gemiddelde levensduur +- 1 jaar.

Leefwijze huismuis
• Huismuizen komen vooral voor in gebouwen voor, vaak boven plafonds.
• Eten alles, bij voorkeur graan, peulvruchten en noten.
• Vooral  in de nachts actief.
• Uitwerpselen 0.3 tot 0.8cm lang, 0.1 tot 0.3cm dik, vrij spits van vorm.
• Ze eten 2 - tot 6 gram voedsel per dag.

Schade huismuis
• Huismuizen kunnen ziektekiemen verspreiden.
• Bevuiling van voedselvoorraden.
• Knaagschade.
• Verstoring van de rust.

Wering en bestrijding huismuis
• Ventilatieopeningen maximaal 0.5cm breedte.
• Openingen in buitenmuren dichten.
• Voorkom -zoveel mogelijk- het aanbod van voedsel.

Huis spits muis herkenning en bestrijding :
Uiterlijk
• Glanzende grijsbruine rug, de buik iets lichter van kleur.
• Volwassen 5 tot 10 cm, staart is 4 tot 6 cm.

Ontwikkeling
• Gemiddeld 3 tot 4 worpen per jaar, waaruit 4 tot 6 jongen komen.
• Levensduur 1 tot 3 jaar.
• Geen winter slaap, maar jongt niet in de winter maanden.
• Draagtijd gemiddeld 30 dagen.
• Jongen zijn na 1 week al boven de grond op zoek naar voedsel.

Leefwijze
• Goede graver, snel en bewegelijk.
• Komt voor in bossen, tuinen met veel struiken, puin en bouwafval en ruigterein.
• Eten wormen, slakken, insecten, spinnen en plantaardig materiaal.
• Eet iedere dag zijn eigen gewicht aan voedsel !.
• Uitwerpselen zijn zwartbruine plakkerige keutels vaak aan elkaar geplakt met
   herkenbare insecten resten.

Schade
• Muskus stank.
• Urine vervuiling en uitwerpselen.
• Kan s'nachts voor overlast zorgen door piepen en lopen.
• Kan diversen ziekten overbrengen.

Wering / bestrijding
• Het dichten van stootvoegen met gaas en alle andere openingen muis dicht.
• Kieren en naden in deuren, ramen en vloeren dichten.

Veld muis herkenning en bestrijding :
Uiterlijk
• Rug bruin tot grijsbruin, soms kleurvariaties tot zwart toe,
  buik lichter tot lichtbruin.
• Plompe bouw, stompe snuit, in de vacht verborgen oren
  en ogen; maakt een kortharige, gladde indruk.
• Volwassen: 9 tot 13cm lichaamslengte.
• Staartje veel korter dan lichaam (ca. 1/3 lichaamslengte); lengte staart 4.5cm.
• Pasgeboren veldmuisjes zijn kaal en blind.

Ontwikkeling
• Wijfjes gemiddeld 4 a 6 worpen per jaar (soms 3 tot 7); nestgrootte 5 tot 6 jongen.
• Draagtijd: 3 weken.
• Zoogperiode: onbekend, vermoedelijk 3 a 4 weken.
• Jongen na 24 dagen geslachtsrijp.
• Maximale levensduur: 1 jaar tot 16 maanden.

Leefwijze
• Uitstekende graver; leeft bij voorkeur op droge, zonnige en beschutte plaatsen;
  vooral met ruige en dichte plantengroei.
• Voedsel: graangewassen, bollen, aardappelen, kool, wortels en ook boomschors.
• Schuilplaatsen: ondergronds in zelfgegraven holen. Meestal horizontaal,
  maar soms loodrecht of schuin omlaag tot wel 60cm diepte; nesten op 15 tot 30cm.
• De uitgangen van het nest zijn altijd geopend en onderling verbonden door voor de
  veldmuis typerende looppaadjes.
• Sporen: holen, uitwerpselen 0.5 tot 1.2cm lang, 0.2cm dik, groenachtig, rond holen
  en bij eetplaatsen.
• Veldmuizen klimmen en springen zelden of nooit.

Schade
• Knaagschade aan de bast aan de voet van jonge bomen.
• Overbrengen van modderkoorts.
• Schade in weilanden door ondermijnen van de grasmat of het bouwland door
  knagerij.
• Schade in boomgaarden kan zeer aanzienlijk zijn (ringen van de bomen.

Wering / bestrijding
• Voorkomen dat door veld muizen geschikte biotoop ontstaat, dus geen terreinen
  met ruige begroeiing.
• Goed weidebeheer, grasmat kort, egaal houden; slootkanten schoonhouden,
  begroeiing kort houden.
• Boomgaardbescherming, bomenrij in zwarte grond; valfruit, snoeihout en zwad
  verwijderen bij windsingels, bodembegroeiing kort houden.